Hoge Raad spreekt zich uit over franchise autodealers
24-07-2026
Op 17 juli 2026 wees de Hoge Raad arrest in de zaak van twee verenigingen van voormalige Opel-, Peugeot-, Citroën- en DS-dealers tegen Stellantis Nederland (ECLI:NL:HR:2026:1285).
24-07-2026
Op 17 juli 2026 wees de Hoge Raad arrest in de zaak van twee verenigingen van voormalige Opel-, Peugeot-, Citroën- en DS-dealers tegen Stellantis Nederland (ECLI:NL:HR:2026:1285).
mr. R.C.W.L. Albers van Ludwig & Van Dam advocaten reageert op de website van Ludwig & van Dam: "Juist omdat de Hoge Raad hier geen inhoudelijk arrest heeft gewezen, is het goed om scherp te houden wát hier nu eigenlijk is beslist. Niet dat dealer-, distributie- of agentuurovereenkomsten in het algemeen buiten de Wet franchise vallen. Het hof heeft, en de A-G onderschrijft dat, beoordeeld of ín deze concrete overeenkomsten en op basis van déze concrete feiten — dealers die onder eigen naam optreden, en die vaak ook nog eens meerdere merken naast elkaar voeren — een franchiseformule besloten lag. Dat is een feitelijke vraag, die per rechtsverhouding beantwoord moet worden en zich niet leent voor een collectief, generiek antwoord voor een hele achterban van uiteenlopende overeenkomsten."
Lees hier zijn volledige reactie op de uitspraak.
Diana van Arkel van DVA advocatuur reageerde al eerder op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
De conclusie van Advocaat-Generaal Van Peursem van 22 mei 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:506) biedt belangrijke handvatten voor de afbakening tussen distributie- en franchiseovereenkomsten. De zaak draait om de vraag of de voormalige dealer- en reparateurovereenkomsten van Stellantis kwalificeren als franchiseovereenkomsten in de zin van artikel 7:911 BW. De A-G meent van niet en adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen.
Deze conclusie is niet alleen relevant voor de automotive-sector, maar voor alle ondernemingen die werken met dealer-, distributie- of formuleorganisaties.
Haar volledige reactie is hier te lezen.